De werkwijze is ontwikkeld voor alle betrokkenen in de verstandelijk gehandicaptenzorg, jeugdzorg en GGZ die werken met cliënten met autisme en een verstandelijke beperking. Het systeem ondersteunt teams bij het maken van onderbouwde keuzes die leiden tot duidelijkheid, voorspelbaarheid én een gerichte afbouw van begeleidingsintensiteit.
Het systeem is geschikt voor:
Elke pijler representeert een essentieel functioneel domein en belicht een uniek perspectief op het functioneren van de cliënt. Door deze pijlers systematisch in kaart te brengen, ontstaat een gedeeld beeld en wordt het fundament gelegd voor een praktisch bruikbaar plan.
Het Soesa Systeem geeft daarmee richting aan duurzame, ontwikkelingsgerichte zorg.
Klik op een van de vraagtekens, voor meer informatie over de pijler.
Centrale Coherentie (CC):
Het vermogen om informatie te integreren tot een betekenisvol geheel. Veel cliënten verwerken informatie vooral op detailniveau. Een verstoorde centrale coherentie kan leiden tot overbelasting, misinterpretaties of overvraging, zeker in sociale of onvoorspelbare situaties. Begrip van deze verwerkingsstijl helpt om communicatie, informatieaanbod en omgeving aan te passen.
Executieve Functies (EF):
Omvat de regelfuncties van het brein. Ze sturen gedrag aan en maken het mogelijk om te plannen, impulsen te remmen, keuzes te maken, doelen te stellen en flexibel te schakelen. Beperkingen hierin verklaren vaak waarom cliënten moeite hebben met veranderingen, initiatief nemen of het reguleren van gedrag.
Theory of Mind (ToM):
Het vermogen om zich te verplaatsen in het perspectief van anderen. Een beperkte ToM verklaart sociale onhandigheid, rigiditeit in contact en miscommunicatie. Het beïnvloedt hoe iemand instructies interpreteert, grenzen begrijpt of reageert op feedback. Kennis hiervan bevordert passende interactie en het afstemmen van verwachtingen.
Sensorische Integratie (SI):
Heeft betrekking op hoe zintuiglijke prikkels worden verwerkt (tast, geluid, beweging, etc.). Verstoring in deze prikkelverwerking komt regelmatig voor bij mensen met autisme en kan leiden tot stress, terugtrekgedrag of escalaties. Inzicht in SI voorkomt verkeerde interpretatie van gedrag.
Intelligentie (IQ):
Geeft inzicht in cognitieve mogelijkheden. Een hoge of lage IQ-score zegt niets over emotieregulatie, motivatie of interactievaardigheden. Door IQ in samenhang met de andere pijlers te benaderen, wordt overschatting of onderschatting voorkomen.
Comorbiditeit:
Bijkomende stoornissen zoals ADHD, angst of sensorische problematiek worden actief meegenomen in de analyse. Gedrag wordt vaak primair gekoppeld aan de hoofdclassificatie, terwijl bijkomende stoornissen een versterkende of verstorende rol kunnen spelen. Zonder zicht op comorbiditeit worden signalen gemist en blijven interventies ineffectief.
Schaal voor Emotionele Ontwikkeling (SEO):
Biedt inzicht in het emotionele ontwikkelingsniveau op basis van herkenbare ontwikkelingsfasen (zoals adaptatie, socialisatie, individuatie). Een disharmonisch profiel vraagt om afstemming op het juiste ontwikkelingsniveau. Dit voorkomt overvraging en vergroot emotionele veiligheid.
Deze pijlers vormen samen de ruggengraat van het Soesa Systeem. Om het Soesa Systeem effectief te kunnen gebruiken, is het noodzakelijk dat elk van deze pijlers grondig is onderzocht en voorzien is van relevante, actuele informatie over de cliënt.
Alleen dan kan er een samenhangend en betrouwbaar beeld worden opgebouwd dat richting geeft aan de ondersteuning van cliënten. Het is juist die integrale aanpak die het systeem zo krachtig maakt!
Het Soesa Systeem wordt gebruikt om diagnostiek in beeld te brengen bij cliënten met een autisme spectrum stoornis.
Buelterstraat 55,
5927 NL Venlo‑Boekend
Algemene voorwaarden
Klachtenprocedure
Privacyregelement
Ontwikkeld door Media Monkeyz